donderdag 20 maart 2008

Papa (2)

Nu grinnik ik zachtjes... zo ken ik hem het best.
Ik ben niet verdrietig, hoogstens een beetje melancholisch. Spijt van hoe ik mijn leven leefde heb ik niet. Spijt over dat ik nu al het leven heb moeten laten wel. Had liefst nog even afscheid willen nemen van mijn familie en de weinige échte vrienden. Aan de andere kant, ik moet ook niet zeuren: het is in één keer gebeurd. Geen dagen in coma, geen ondraaglijke pijn, nee gewoon pats boem, dood. "Als je het doet, doe het dan goed". En dat deed ik.

Praten over hoe mijn vader jaren geleden is overleden doen we niet. Hoeft ook niet. Hij vond het kut, ik vond het kut. Zonder een woord erover te wisselen waren we het er beiden over eens dat het allemaal een stelletje klootzakken waren daar. Een stelletje onbekwame, overbetaalde, overgewaardeerde klootzakken. Ik pakte toen maar een biertje voor mijn pa en ook maar één voor mezelf.

M'n pa bood me toen ook voor het eerst een sigaret aan. Toen ik nog leefde was ik er altijd op tegen, wilde nooit roken, behalve die paar joints dan op vakantie bij m'n nicht. Maar die zijn op 2 handen te tellen. Tsja, als je dood bent is er toch geen reden meer om ze te weigeren. Ik ben nu net zo'n kettingroker als mijn pa. Als je het doet, doe het dan goed is zelfs na mijn dood nog altijd mijn credo. Ik druk mijn zoveelste sigaret uit op het muurtje.

Het schouwspel vóór ons is afgelopen. De mensen lopen met huilgezichten naar buiten. Mijn moeder heeft nu zelfs aan de rollator niet genoeg om rechtop te blijven staan. Gelukkig is mijn broertje nooit een mager ventje geweest en hij kan haar helpen om vooruit te komen. Gelukkig staat zijn gloednieuwe Volvo station van de zaak dichtbij.

Hoewel ik het verdriet zie dat ze hebben, doet het me niet zoveel als dat ik dacht. De emotie die ik voel is eerder opluchting, omdat ze deze moeilijke dag maar gehad hebben. Langzaam vervaagt het beeld van die moeilijke dag. Wat overblijft voor m'n pa en ik is een blik op de uiterwaarden en de rivier.

M'n pa heeft het wel gezien en pakt z'n krantje. Ik pak het katern dat-ie niet leest en ik vraag me af wanneer mijn moeder en broertje ons zullen verblijden met een permanent bezoek. Helaas weet ik het ook niet, maar voorlopig is dit ook wel fijn... mijn vader en ik, met bier en peuken, de tijd samen inhalend die ik als volwassene niet met hem heb gehad.

Ik pak twee nieuwe flesjes voor ons beiden. Hij biedt me nog een sigaret aan uit het inmiddels bijna lege pakje. Ik weiger. Als ik nu toch ongestraft kan drinken en roken, dan maar goed.

Mijn pa kijkt me aan en begint te lachen. Hij houdt de vlam van zijn aansteker voor de grote sigaar die ik inmiddels in mijn mond heb. Ik zuig met korte halen de rook naar binnen, haal de sigaar uit mijn mond en blaas langzaam en voldaan de rook uit. Ik knipoog naar mijn grijnzende pa en er verschijnt nu ook bij mij een grote voldane lach op mijn gezicht.

Geen opmerkingen: