donderdag 20 maart 2008

Papa (1)

Old man look at my life,
I'm a lot like you were.
Old man look at my life,
I'm a lot like you were.

Old man look at my life,
Twenty four
and there's so much more
Live alone in a paradise
That makes me think of two.

Love lost, such a cost,
Give me things
that don't get lost.
Like a coin that won't get tossed
Rolling home to you.

Old man take a look at my life
I'm a lot like you
I need someone to love me
the whole day through
Ah, one look in my eyes
and you can tell that's true.

Lullabies, look in your eyes,
Run around the same old town.
Doesn't mean that much to me
To mean that much to you.

I've been first and last
Look at how the time goes past.
But I'm all alone at last.
Rolling home to you.

Neil Young


Beiden zitten we op de rand van het muurtje. M'n pa en ik. Voor de gelegenheid heb ik ook maar een flesje Heineken gepakt. Met beiden een geopend flesje in de hand, en hij een sigaret halend uit zijn pakje Marlboro genieten we samen van het lentezonnetje.

Praters zijn we beiden niet. Nou ja, als het moet dan praat ik honderduit, met anderen. We hoeven niet te praten, met wat gebrom begrijpen we elkaar ook wel.

In de verte zie ik dat mijn moeder en broertje naast mijn kist lopen. Ja, mijn kist. Ik weet dat ik dood ben, anders had ik hier niet gezeten met mijn pa. Hoe het gebeurde is een vage herinnering, dat is verder ook niet belangrijk.

Het belangrijkste is het "nu": ik zit na al die jaren met mijn pa een biertje te doen. Een dubbelzinnig gevoel maakt zich van mij meester: mijn wens is uitgekomen, al moest ik daar wel mijn familie voor achterlaten. Mijn moeder, inmiddels met rollator en haar gezicht vertrokken van nóg een keer de pijn van een verlies. En mijn broertje. Inmiddels een goede baan in het bedrijfsleven, leuk appartement, een vriendin die hem liefheeft.

Ik ben blij dat hij mijn moeder ondersteunt. In alle opzichten. Na mijn vader heeft ze nooit meer een andere man liefgehad. M'n broertje bleef thuis wonen tijdens zijn studie terwijl ik liever op mijzelf wilde wonen.

Mijn pa drukt de peuk uit in de asbak en haalt weer zijn halflege pakje Marlboro tevoorschijn om een nieuwe op te steken. Hij biedt mij er ook één aan. Hij geeft me zijn aansteker. Met de sigaret nog in mijn mond verwissel ik onze inmiddels lege flesjes bier voor twee volle.

Samen kijken we naar het schouwspel wat zich voor ons afspeelt. Familie, vrienden zitten in een zaaltje, met mijn foto pontificaal op de kist. Jezus, wat lijk ik qua gezicht toch op mijn moeder. En toch qua karakter het meest op mijn vader.

Er wordt van alles over mij gezegd. Hoe leuk en hartelijk ik was. Hoe charmant ik kon zijn. Wat ik toch maar heb weten te behalen, maar geheel op onorthodoxe wijze. Ik neem maar weer een slok van het koele bier en druk mijn peuk uit. M'n pa en ik kijken elkaar aan en zowel hij als ik vertonen een kleine glimlach. Hetgeen ze zeggen is allemaal waar natuurlijk. Over de doden niks dan goeds hè. Hij is het met me eens en hij laat even een flinke boer als bevestiging.

Geen opmerkingen: